Posts

Posts uit september, 2025 tonen

Hoofdstuk 1 – Mijn Geboorte (1020-1046): Van rots tot roem (2)

Afbeelding
  Deel 2 (1033): Geruchten van een naam Ik had muren, ik had bewoners, en ik had een naam die men fluisterde op de markt en riep naar een geit die koppig de verkeerde kant op liep. Toch hing er twijfel boven mij, als mist boven de Vesder. Had ik mijn naam nu al, of was ik nog naamloos, slechts een bouwsel op een rots? Sommige schrijvers beweerden later dat ik al in 1033 bestond, alsof er toen al een perkament lag waarop “Limburg” stond. Maar dat was niets dan dorpsroddel. De rivier wist beter: haar water droeg mijn geheim mee, kabbelend langs stenen en voeten die zich wasten na een lange dag werken. En zo bleef mijn naam in 1033 vooral een echo – hoorbaar in de lucht, maar nog niet gevangen op perkament. En toch zweefde mijn naam al rond. “Limburg,” bromde de smid bij elke hamerslag. “Limburg,” riep de herder, waarop de smid grijnsde: “Als jij zo doorgaat, noem ik straks mijn hamer ook Limburg.” Zelfs de kinderen zongen het, zonder idee wat het betekende. Het was een naam die klon...

Hoofdstuk 1 – Mijn Geboorte (1020-1046): Van rots tot roem (1)

Afbeelding
  Deel 1 (1020–1030): De geboorte van de burcht Limbourg Ik werd niet geboren in een wieg, maar op een kale rots, waar de Vesder diep beneden kolkte en de wind vrij spel had. Ik voelde de kou langs mijn pasgemetselde ribben, ik hoorde de geiten struikelen op mijn steile flanken, en ik rook het hars van vers gekapt hout. Geen vroedvrouw schreef het op, geen ooievaar vloog boven mijn dakbalken. Nee, mijn geboorte kwam uit stenen, hout en zweet – en uit de koppigheid van een zekere Frederik van Luxemburg, die vond dat ik hier moest verrijzen. Frederik was nog geen hertog toen, slechts een graaf met grootse plannen. Waar anderen slechts een weerbarstige rotskam zagen, voelde ik zijn blik die mij dwingend wilde buigen. Geleerden zouden dat later “strategisch” noemen; ik noemde het gewoon koppigheid. Hij joeg timmerlieden, metselaars en boeren mijn flanken op, en ik kreunde onder het gewicht van stenen, balken en vooral de tonnen bier die ze meesleepten. Want zonder bier, zo wist elke we...